Het overkomt me niet zo vaak. Maar als ik van die topballerina’s door de lucht zien zweven, dan is er iets heel diep in mij dat geraakt word. Het lijkt dan wel alsof ze ontsnappen aan de wetten van de zwaartekracht, en zomaar, net als vogels, kunnen vliegen.
Bij pianisten heb ik ook zo iets. Als ik die vingers van links naar rechts, van boven naar onder over het klavier ziet vlinderen, dan houd ik mijn adem in. Vaak komt er helemaal geen partituur aan te pas. Hoe doen ze het. Het lijkt wild en chaotisch. Het klinkt aangrijpend intiem, overweldigend of meeslepend en lijkt zomaar, spontaan uit hun lijf te vloeien. Hoe doen ze het?
En die tennissers dan. Op Roland Garros of in Wimbledon. Die slaan die ballen van de ene kant van het net naar de andere, weten hem, met kreunen en zuchten, steeds weer toch te pakken te krijgen en rennen als dartele herten over het terrein. Heerlijk toch.
Wat een vrijheid, lijkt het wel. Alsof het vanzelf gaat. Alsof ze steeds weer en zomaar vanzelf weten wat ze moeten doen om die schoonheid en volmaaktheid te bereiken.
Nochtans weten we wel beter. We weten maar al te goed welke de prijs is die die topsporters en kunstenaars moeten betalen. Niet eenmaal. Maar elke dag opnieuw. Duizenden keren dezelfde oefeningen, toonladders, krachttraining enz. Zo vrij als ze lijken en ook effectief zijn, zozeer respecteren ze, je zou bijna zeggen, met de grootste vrijheid, allerhande regels en afspraken en technieken.
Ik denk dat de evangelietekst die we zonet te horen kregen, alles te maken heeft met vrijheid.
Wat is vrijheid? Vrijheid is niet iets wat je verliest naarmate je ouder wordt, keuzes maakt en verantwoordelijkheden opneemt. Vrijheid is iets wat je, met vallen en opstaan, heel geleidelijk, kan leren. Tweeduizend jaar heeft Israël moeten experimenteren met de wet, met allerhande regels en voorschriften. Vele tientallen generaties heeft het geduurd vooraleer Jezus kon geboren worden. Vooraleer er een mens kon komen die echt helemaal vrij was. Die zich Gods wet zo helemaal eigen gemaakt had, dat Hij volledig en onverdeeld kon beminnen. Liefde zonder rest. Liefde zonder maar.
Is er iets veranderd sindsdien?
Ja, en neen. De Wet is niet opgeheven door Jezus. Zelfs niet het kleinste lettertje ervan. Geen jota. Ook wij moeten de voorschriften, de geboden blijven respecteren. Wij blijven richtingwijzers nodig hebben. Niets is er veranderd wat dat betreft. En toch is alles veranderd. Want voortaan hebben we Jezus. Hij toont ons voortaan de weg. Hij helpt ons voortaan om die wet te volgen. Niet vanuit angst, scrupulositeit of blinde gehoorzaamheid. Wel vanuit vriendschap met Hem. Het is de liefde die helemaal vrij maakt. Het is de liefde die de wet voltooit. En het is Jezus die ons die liefde geeft en leert.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; maar om vervulling te brengen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de wet, voordat alles geschied is. Wie dus een van die voorschriften, zelfs de geringste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert, zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.” (Matteüs 5, 17-19)


























