Na veel zuchten en blazen bekende de dominicaan dat hij een drankprobleem had. Hij was er zo beschaamd over dat hij dit nog nooit aan iemand gezegd had. Hij bleef maar drinken en kon niet afraken van dit probleem. Het deed hem zo’n deugd om dit, in de beslotenheid van dit kleine groepje, eens kwijt te kunnen. Hij voelde zich goed en bevrijd.
Ook de franciscaan aarzelde. Uiteindelijk zei hij dat hij dan maar de kaart van het vertrouwen zou spelen. Zijn probleem betrof het gokken. Hij wilde steeds maar opnieuw weddenschappen aangaan en hij had dit eigenlijk niet meer onder controle. Ook hij voelde diepe schaamte over deze gewoonte en voelde dankbaarheid dat hij dit eindelijk eens kon uitspreken ten overstaan van andere priesters.
Nu was de jezuïet aan de beurt. Hij dankte de twee anderen om hun openheid en hun oprechtheid. Ook hij had iets in zijn leven waar hij erg beschaamd om was. Hij vocht er al jaren tegen maar kreeg het maar niet onder controle. Het was sterker dan hemzelf. Zelf hypnose en psychotherapie hadden geen beterschap kunnen teweegbrengen. Niets maar dan ook niets kon hem afbrengen van zijn onweerstaanbare drang om te roddelen.


























