Liefste God, leer mij hoe ik op een mooie manier oud kan worden.
Help mij om te snappen dat mijn gemeenschap mij geen onrecht aandoet
wanneer zij mij geleidelijk aan mijn verantwoordelijkheden ontneemt;
wanneer zij niet langer meer lijkt te vragen naar mijn mening.
Bevrijd mij van mijn trots over al de “wijsheid” die ik heb vergaard.
Bevrijd me van de illusie dat ik onmisbaar ben.
Help mij om geleidelijk aan de aardse dingen los te laten,
om de betekenis te vatten van uw wet van de tijd.
Leer me om, in deze wissel van werk en werkers,
een krachtige uitdrukking te onderscheiden
van de voortdurende vernieuwing van het leven,
gedreven door uw Voorzienigheid.
En, alstublieft, Heer, laat mij nog steeds nuttig zijn:
laat mijn optimisme mijn bijdrage zijn aan de wereld,
laat mij mijn gebed voegen bij de vreugdevolle gedrevenheid en moed
van diegenen die nu het roer overnemen.
Laat me nu zo leven dat ik nederig en rustig
naar de veranderende wereld kan kijken,
zonder tranen te plengen om het verleden;
laat me van mijn menselijk lijden
een geschenk maken waar al mijn broeders beter van kunnen worden.
Laat mijn afscheid van het werkterrein eenvoudig en ongedwongen zijn
zoals een gloeiende, vreugdevolle zonsondergang.
Heer, vergeef me indien ik nu pas rustig begin te beseffen
hoe veel U van mij houdt,
hoeveel U mij heeft geholpen.
En nu, tot slot, geef dat ik een helder en diep inzicht krijg
in de heerlijke bestemming die Gij voor mij hebt bereid,
Gij die mij geleid hebt, stap voor stap, vanaf de eerste dag van mijn leven.
Heer, leer mij oud te worden … op deze wijze.
Dit gebed verscheen voor het eerst in mei 1973 in de nieuwsbrief van de toenmalige jezuïetenprovincie van Venetië-Milaan.


























