Zodra de muziek weerklinkt en het dansfeest wordt geopend, stormt de oudste zoon binnen. Hij daagt zijn vader uit. Hoe ontgoocheld de vader ook moet zijn door de wrok en slechte wil van zijn oudste zoon, toch is hij wijs genoeg om geen partij te kiezen. Wellicht voelt hij dat zijn oudste zoon een moment van vervreemding kent. Door zijn negatieve houding geraakt de oudste zoon van zijn jongere broer vervreemd. Hij verwijst niet meer naar “mijn broer”, maar naar “die zoon van jou”. Het koppig vasthouden aan zijn eigen gelijk verhindert hem een liefdevolle relatie aan te gaan. Niet alleen met zijn broer, maar ook met zijn vader. Nu is ook de oudste zoon de weg kwijt en verloren. Zijn eigen thuis ervaart hij als vreemd.
Net zoals bij de jongste zoon reageert de vader begripvol. Hij maakt zijn zoon niet belachelijk. Maar hij berispt hem heel mild: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij, is van jou.” Al wat de vader kan doen is de zoon uitnodigen zijn negatieve houding onder ogen te zien en te erkennen. En delen in de vreugde van de terugkeer van zijn broer.
We zijn zonen en dochters van onze Vader. We worden uitgenodigd een beroep te doen op ons erfrecht als zonen en dochters van een liefhebbende en barmhartige God. Het feestmaal staat klaar. Wil jij binnentreden in de vreugde van jouw Vader?
Jacqueline Syrup en zuster Marie Schwan, CSJ


























