Met deze zinnen begint Ignatius het laatste hoofdstuk van de door hem geschreven Constituties van de Sociëteit van Jezus, dat als titel draagt: “Hoe het hele lichaam van de Sociëteit in stand gehouden kan worden en gezond uit kan groeien.
In geloof, hoop en liefde weet ik dat wat geldt voor het broederschap waaraan ik mijn leven verbonden heb, ook geldt voor de ruimere Kerk in wiens dienst wij staan.
Het maakt dat ik, niettegenstaande de opeenvolging van stormen en orkanen waarin onze Vlaamse Kerk zich bevindt, ten gronde vertrouwen heb dat dit alles uiteindelijk ten goede zal komen: aan de slachtoffers van de misbruiken, aan de ruimere samenleving en, ja, ook aan de Kerk zelf.
God schrijft recht op kromme lijnen.
Delen

























